Zorguitkomsten Detectiefase Zelfzorg & Thuiszorg Opstoot

Follow-up van de patiënt

Huisarts
Verpleging
Pneumologie
Sociaal werk
Apotheker
Kinesitherapeut
Diëtetiek
Voorlichting
 

[Omhoog] [Eerste symptomen detectie] [Diagnostiek detectie] [Medicamenteuze behandeling] [Follow-up van de patiënt] [Longfunctielabo] [Rookstop huisarts] [Rookstopstrategie] [Verwijzingscriteria kinesist] [Verwijzingscriteria pneumoloog] [Verwijzingscriteria thuisverpleging] [Verwijzingscriteria diëtist]

Controle en evaluatie beleid rondom COPD

De huisarts speelt een belangrijke rol in het herkennen en de vroegdetectie van COPD en de follow-up van de beginnende stadia.

Het beleid rondom controle en evaluatie wordt niet alleen vastgesteld door middel van herhaalde spirometrie. De compliance van patiënt (bijvoorbeeld inhalatietechniek) dient te worden geëvalueerd. De klinische situatie van de patiënt is een belangrijke factor in de beoordeling van het effect van therapie.

 

Spirometrie algemeen

1. Een COPD-patiënt die start met bronchusverwijders en / of inhalatie steroïden krijgt minimaal na drie       maanden een longfunctieonderzoek om het effect van de therapie te evalueren.

2. Elke COPD-patiënt laat ongeacht de mate van COPD minimaal één keer per jaar spirometrie meten.

 

Controle beleid nieuwe COPD-patiënt

1. Mild COPD: controle bij de huisarts en op indicatie spirometrie;

2. Matig COPD: minimaal 1 keer per jaar spirometrie meten;

3. Ernstig COPD: minimaal 1 keer per jaar spirometrie meten.

 

Controle beleid bekende COPD-patiënt

1. Mild COPD: minimaal jaarlijks spirometrie meten;

2. Matig COPD: jaarlijks spirometrie meten;

3. Ernstig COPD: jaarlijks spirometrie meten.

 


Wetenschappelijk artikel uit 'Het Medisch Weekblad
'
 

Volgens de Prof. De Backer, pneumoloog, kunnen de lichte vormen van COPD perfect door de huisarts worden opgevangen. De eerste lijn kan instaan voor de educatie tot therapietrouw (gebruik van inhalator, minimaal aantal innamen, etc.)

Een jaarlijkse controle bij voorkeur met spirometrie – bij de huisarts of anders bij de pneumoloog – volstaat voor de follow-up. Voor de meest ernstige vormen moet de patiënt beurtelings bij de huisarts en de pneumoloog om de andere aspecten van de longfunctie te meten.
 
(Bron: Het Medisch Weekblad Nr. 376 van 9 maart 2006)