Soort voeding
In het
verleden werd aangenomen dat een vetrijke voeding gunstige effecten zou
hebben voor longpatiënten. De theorie hierachter was dat vetten een lager
respiratoir quotiënt (rq) geven dan koolhydraten, respectievelijk 0,7 en
1,0. Het respiratoir quotiënt is de kooldioxide-uitscheiding (ml/min.)
gedeeld door de zuurstofopname (ml/min.). Bij een lager rq zou een patiënt
significant minder inademingslucht nodig hebben. Uit diverse klinische
studies blijkt echter dat de samenstelling van de voeding niet zoveel
invloed heeft op de rq, maar dat het met name van belang is de patiënt niet
te overvoeden. Bij een te groot energie-aanbod kan een rq van 8 of meer
ontstaan (met name bij de opslag van energie in vetweefsel).
Een individueel uitgebalanceerd voedingsadvies (bij voorkeur gecombineerd
met lichamelijke training) waarbij overvoeden wordt voorkomen verdient de
voorkeur. Specifieke voedingen voor longpatiënten met een extreem hoog
vetgehalte dienen te worden ontraden. Juist een hoger koolhydraatgehalte in
de voeding voor longpatiënten verdient aanbeveling. Hierdoor wordt de
hoeveelheid spierglycogeen verhoogd (met name in combinatie met lichamelijke
training) en treedt tijdens inspanning minder snel vermoeidheid op.
Als algemeen advies voor COPD-patiënten geldt de volgende verdeling van
macrovoedingsstoffen: 15-20 En% eiwit, 20-30 En% vet en 60-70 En%
koolhydraten.
Aangezien bij COPD-patiënten acute exacerbaties en waarschijnlijk chronische
inflammatie een belangrijke rol spelen, wordt steeds meer aandacht besteed
aan het instandhouden van de oxidanten/anti-oxidanten balans. Hierbij zouden
lichaamseigen oxidanten en anti-oxidanten in de voeding een belangrijke rol
spelen.
Respifor is een specifieke aanvullende
drinkvoeding voor COPD-patiënten. In drie porties per dag levert het de
benodigde hoeveelheid extra energie (564 kcal/dag). Vanwege de
kortademigheid en vermoeidheid bij COPD-patiënten zijn de porties beperkt
(pakje à 125 ml).