|
[Omhoog] [Eerste symptomen detectie] [Diagnostiek detectie] [Medicamenteuze behandeling] [Follow-up van de patiënt] [Longfunctielabo] [Rookstop huisarts] [Rookstopstrategie] [Verwijzingscriteria kinesist] [Verwijzingscriteria pneumoloog] [Verwijzingscriteria thuisverpleging] [Verwijzingscriteria diëtist]
Samenwerking met de pneumoloog
De huisarts speelt een zeer belangrijke rol in het herkennen en de vroegdetectie
van COPD en de follow-up van de beginnende stadia. Ik ben er dan ook groot
voorstander van dat de huisarts zelf een spirometrie kan uitvoeren, en in de
diagnostische fase alleen beroep moet doen op de pneumoloog voor verdere
onderzoeken in het kader van de differentiële diagnose. Dat is de enige manier
om meer niet-gediagnosticeerde COPD’s op te sporen. (Volgens Prof. Dr. Marc
Decramer, pneumoloog, UZ Gasthuisberg)
Doorverwijzing naar de pneumoloog is nodig:
-
voor (aanvullend) longfunctie-onderzoek;
-
bij ernstig COPD (ESW < 50% voorspeld);
-
bij patiënten jonger dan 50 jaar of wanneer een alphatripsine deficiëntie
wordt vermoed;
-
bij zeer ernstige dyspnoe die niet in verhouding staat tot de graad van
luchtwegvernauwing (wat kan wijzen op een diffusiestoornis of een spierziekte);
-
bij aanwijzing van een andere longafwijking (TBC, longkanker, fibrose,…);
-
bij ernstige exacerbaties die moeilijk te controleren zijn, ondanks
behandeling met een inhalatiesteroïde of acetylcysteïne;
-
bij een snel progressief beloop, ondanks bronchusverwijders en
inhalatiesteroïden.
(Bron: Het
Medisch Weekblad Nr. 374 van 23 februari 2006)
|