Voedingstherapie bij COPD
Het doel van
voedingstherapie bij COPD is het voorkómen van gewichtsverlies (met name
spierafbraak) en herstellen en behouden van de voedingstoestand. Aangezien
bij ongeveer de helft van de COPD-patiënten sprake is van een verhoogde
ruststofwisseling (+ 10-30%), moet men ook bij 'normale' voedselinname alert
zijn op gewichtsverlies. Daarnaast blijkt de hoeveelheid energie die nodig
is voor het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten hoger te liggen dan bij
normale personen.
Uit interventiestudies van het afgelopen decennium kan worden geconcludeerd
dat het bijzonder moeizaam is om COPD-patiënten via enkel orale
voedingssuppletie tot een positieve energiebalans te brengen. Kortdurende
agressieve voedingsinterventies met enterale of parenterale voeding zijn
meer succesvol, waarbij na twee weken behandeling toenames in gewicht en
spierfuncties kunnen worden bereikt. Langetermijneffecten zijn echter niet
bekend.
Goede resultaten qua gewicht, voedingstoestand en lichamelijke conditie van
de patiënt kunnen worden bereikt wanneer de voedingsinterventie wordt
gecombineerd met een revalidatieprogramma. Uit recent onderzoek bij
COPD-patiënten blijkt dat een extra energie-inname van circa 500-600 kcal
per dag in combinatie met lichamelijke inspanning, leidt tot een gemiddelde
gewichtstoename van 0,4 kg per week. Door deze combinatie-therapie is de
gewichtstoename niet alleen toe te schrijven aan een toename van vetweefsel,
maar ook aan een toename van spiermassa. De toename van spiermassa werd
bereikt bij de ademhalingsspieren en de perifere spieren. Hierdoor werd
zowel een verbetering van longfunctie als van de algehele conditie
waargenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een vermindering van
luchtweginfecties, verbetering van de kwaliteit van leven en de
levensverwachting van de patiënt