Zorguitkomsten Detectiefase Zelfzorg & Thuiszorg Opstoot

Voedingstherapie bij COPD

Huisarts
Verpleging
Pneumologie
Sociaal werk
Apotheker
Kinesitherapeut
Diëtetiek
Voorlichting
 

[Omhoog] [Ondervoeding en de longfunctie] [Ondervoeding bij COPD] [Oorzaken van gewichtsverlies] [Gevolgen van gewichtsverlies] [Interactie ondervoeding COPD] [Doorbreken vicieuze cirkel] [Voedingstherapie bij COPD] [Soort voeding]

Voedingstherapie bij COPD

Het doel van voedingstherapie bij COPD is het voorkómen van gewichtsverlies (met name spierafbraak) en herstellen en behouden van de voedingstoestand. Aangezien bij ongeveer de helft van de COPD-patiënten sprake is van een verhoogde ruststofwisseling (+ 10-30%), moet men ook bij 'normale' voedselinname alert zijn op gewichtsverlies. Daarnaast blijkt de hoeveelheid energie die nodig is voor het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten hoger te liggen dan bij normale personen.

Uit interventiestudies van het afgelopen decennium kan worden geconcludeerd dat het bijzonder moeizaam is om COPD-patiënten via enkel orale voedingssuppletie tot een positieve energiebalans te brengen. Kortdurende agressieve voedingsinterventies met enterale of parenterale voeding zijn meer succesvol, waarbij na twee weken behandeling toenames in gewicht en spierfuncties kunnen worden bereikt. Langetermijneffecten zijn echter niet bekend.

Goede resultaten qua gewicht, voedingstoestand en lichamelijke conditie van de patiënt kunnen worden bereikt wanneer de voedingsinterventie wordt gecombineerd met een revalidatieprogramma. Uit recent onderzoek bij COPD-patiënten blijkt dat een extra energie-inname van circa 500-600 kcal per dag in combinatie met lichamelijke inspanning, leidt tot een gemiddelde gewichtstoename van 0,4 kg per week. Door deze combinatie-therapie is de gewichtstoename niet alleen toe te schrijven aan een toename van vetweefsel, maar ook aan een toename van spiermassa. De toename van spiermassa werd bereikt bij de ademhalingsspieren en de perifere spieren. Hierdoor werd zowel een verbetering van longfunctie als van de algehele conditie waargenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een vermindering van luchtweginfecties, verbetering van de kwaliteit van leven en de levensverwachting van de patiënt