|
Voorkomen van ondervoeding |
|
Longziekten gaan veelal gepaard met ondervoeding. Eind vorige eeuw werd deze relatie reeds gelegd in een beschrijving van sterke vermagering bij patiënten met chronische longaandoeningen (tuberculose). Gewichtsverlies werd gezien als terminaal symptoom in het ziekteverloop en werd als onvermijdelijk en onomkeerbaar beschouwd. Er werd zelfs gesuggereerd dat gewichtsverlies een adaptief mechanisme was om de zuurstofconsumptie te verminderen. Uit recent onderzoek blijkt daarentegen dat ondergewicht een ongunstige factor is voor de prognose bij patiënten met longaandoeningen. Momenteel wordt ervan uitgegaan dat verbetering van de voedingstoestand een belangrijk onderdeel van de therapie zou moeten vormen.
|