|








| |
[Omhoog] [Rookstop] [COPD] [Therapiëen] [Ademhalingsoefeningen] [Zelfzorg bevorderen] [Meest gestelde vragen] [Evidenties Zelfmanagement]
Wetenschappelijke resultaten
-
Niveau 4
Studies waarin zelfmanagement wordt aangeboden in samenhang
met educatie en instructie zijn effectiever dan 'geïsoleerde' educatie,
instructie of een geschreven zelfbehandelrichtlijn.D Referenties
evidence tabel
-
Niveau 2
Er zijn aanwijzingen dat programma's waarin een
fysiek trainingsprogramma is opgenomen (`physical exercise’) effectiever
zijn dan programma’s waarin alleen educatie of zelfmanagement wordt
aangeboden.Stulbarg 2002; A2, Carrieri Kohlman 1996; B, Scherer 1998; B
-
Niveau 2,
3 Er zijn aanwijzingen dat combinaties van educatie, instructie
en zelfmanagement de volgende effecten hebben (niveau van bewijs,
stadium COPD, setting waarin aangetoond):- verbetering kwaliteit van
leven (B, GOLD II/III, 1e, 2e en 3e lijn)- verbetering van
inspanningstolerantie (B, GOLD III, 2e en 3e lijn) - vermindering van
aantal ziekenhuisopnames (B, GOLD II/III, 2e en 3e lijn) - vermindering
van ligduur bij ziekenhuisopname (B, GOLD II/III, 2e lijn) - reductie
van kosten/verbetering economische efficiëntie (C, GOLD II, 2e en 3e
lijn) - verbetering van dyspnoe/symptoomscore (C , GOLD II/III, 1e, 2e
en 3e lijn)
-
Niveau 4
Er zijn aanwijzingen dat
zelfmanagementprogramma’s voor mensen met chronische aandoeningen
positieve effecten hebben en dat kosten beperkt kunnen worden wanneer
mensen met verschillende chronische aandoeningen samen een training
volgen.Bodenheimer 2002; D, Jonkers 2003: D
Organisatie
-
Op grond van bovenstaande
aanbevelingen kan worden afgeleid dat gestructureerd en samenhangend
aanbieden van educatie, instructie en zelfmanagement met name zal
plaatsvinden bij mensen met COPD die worden behandeld door de longarts
of de (long-) revalidatiearts. Bovendien vereisen de verschillende
aanbevolen elementen een multidisciplinaire samenwerking. De commissie
heeft sterke voorkeur om programma's bestaande uit educatie, instructie
en zelfmanagement in een multidisciplinaire setting aan te bieden: in de
tweede of derde lijn. Nazorg in de thuissituatie zorgt voor behoud van
de effecten van een zelfmanagementprogramma op de lange termijn. De
eerstelijns praktijkondersteuner of een gespecialiseerde verpleegkundige
lijken hiervoor de aangewezen functionarissen.
Leermethode
-
Het verdient aanbeveling om bij interventies gericht
op vergroten van zelfmanagement gebruik te maken van technieken uit de
cognitieve gedragstherapie en ‘motivational interviewing’
-
Partners kunnen het beste actief bij voorlichting en
het aanleren van zelfmanagement betrokken worden. Op grond van de
mogelijk toegevoegde waarde in zelfmanagementprogramma’s hebben
groepsinterventies een mogelijke voorkeur boven individuele programma’s
-
Gestructureerde behandelprotocollen verdienen de
voorkeur aangezien deze handvatten bieden voor niet-psychologen bij het
uitvoeren van deze psychologisch georiënteerde interventies. Training en
supervisie door een gedragsdeskundige (psycholoog) strekt tot
aanbeveling.
-
Na het volgen van (multidisciplinaire) interventies
gericht op zelfmanagement verdient het aanbeveling om op gezette tijden
gerichte aandacht te besteden aan het voorkomen van terugval.
Leerinhoud
Programma’s gericht
op zelfmanagement kunnen de volgende onderdelen bevatten:
• stoppen met roken
• fysiek trainingsprogramma
• technieken om met kortademigheid om te gaan
• kennis over werking (educatie) en gebruik (instructie) van medicatie
• (mogelijk) vermijden van uitlokkende factoren
• vroegtijdige herkenning van exacerbaties
• richtlijnen voor (zelfstandige) behandeling van exacerbaties
Programma
-
Patiëntenvoorlichting (educatie
en instructie) en zelfmanagement kunnen het beste in een samenhangend
programma worden aangeboden.
-
Voor mensen met licht of matig
COPD (GOLD I en II) kan patiëntenvoorlichting het beste gericht worden
op: stoppen met roken, iInhalatieinstructie en het inventariseren
en beantwoorden van specifieke vragen
-
Het aanbieden van een programma
gericht op zelfmanagement is waarschijnlijk vooral effectief en
efficiënt bij patiënten met een COPD ernstgraad van minimaal GOLD III.
|